Benzine en diesel mogen nog maar zeven procent conventionele biobrandstoffen bevatten. Het Europees Parlement heeft op dinsdag 28 april haar steun uitgesproken voor een wetsontwerp dat de productie van eerste generatie biobrandstoffen aan banden moet leggen. Dit akkoord moet de overgang naar nieuwe bronnen op basis van o.a. algen en zeewier versnellen.

‘Het is niet meer van deze tijd om ethanol te maken van stoffen die als voedsel kunnen dienen’

De huidige wetgeving schrijft lidstaten voor dat in 2020 minimaal tien procent van de transportconsumptie uit duurzame brandstof bestaat. De nieuwe wet gaat een stap verder en stelt dat eerste generatie biobrandstoffen – gemaakt van landbouwgewassen – niet meer dan zeven procent van deze energiebehoefte uit mogen maken. Dit vanwege de onbedoelde en schadelijke gevolgen van het gebruik van conventionele biobrandstoffen.

“Het is niet meer van deze tijd om ethanol te maken van stoffen die als voedsel kunnen dienen, zoals mais”, zegt de Finse rapporteur Nils Torvalds. Ook beoogt het wetsontwerp de uitstoot van broeigassen, die ontstaan door de toenemende teelt van gewassen voor biobrandstof, te beperken. Er is steeds meer land nodig om aan de vraag naar de eerste generatie biobrandstof te kunnen voldoen. Dat leidt tot ontbossing. Torvalds: “Het is een lang en uitdagend proces geweest. We hebben het gewenste resultaat nog niet bereikt – ik had sterker willen inzetten op de tweede generatie biofuels. Toch is dit een belangrijke stap in de goede richting.”

(Milieu Compact, editie mei 2015 / foto: Wilke Wittebrood)

Advertisements